Het Verhaal achter het kunstwerk
Dit kunstwerk weet op een bijzondere manier droom, wetenschap, techniek en verbeelding met elkaar te verbinden. Twee tekeningen zijn als het ware gevangen én tegelijk vrijgelaten in een open dodecaëder: een geometrische constructie die het werk een architectonische en bijna wetenschappelijke uitstraling geeft.
Centraal staat de jongensdroom. Op het onderste doek zien we een jongen die naar boven kijkt, letterlijk en figuurlijk. Hij droomt ervan ingenieur te worden. Zijn liefde voor techniek, wiskunde, Mecano-constructies en fantastische verhalen komt samen met zijn passie voor tekenen. Dat laatste detail is essentieel: zijn tekeningen liggen verspreid op de grond rond hem. Ze lijken op het eerste gezicht losse probeersels, maar vormen eigenlijk de bouwstenen van zijn verbeelding. Voor deze jongen zijn tekenen, denken, construeren en dromen geen afzonderlijke activiteiten. Ze zijn verschillende manieren om de wereld te begrijpen en opnieuw vorm te geven.
Boven hem verschijnt de figuur die voor hem een grote inspiratiebron is: Leonardo da Vinci. Leonardo was niet alleen kunstenaar, maar ook uitvinder, onderzoeker en wetenschapper. Precies die combinatie maakt hem tot het ideale voorbeeld voor de jongen. In het werk wordt die bewondering heel concreet gemaakt door de afgebeelde vliegmachine van Leonardo. De jongen probeert deze na te bouwen. Daarmee wordt de droom tastbaar: wat ooit een idee in een oud schetsboek was, wordt hier opnieuw een experiment in de handen van een jonge maker.
Het bovenste portret krijgt daardoor een belangrijke symbolische functie. Leonardo kijkt niet streng of afstandelijk naar beneden. Integendeel: hij glimlacht goedkeurend, met een glimlach die subtiel aan de Mona Lisa doet denken. Dat is een speelse vondst. Waar Leonardo in veel historische voorstellingen de ernstige, geniale meester is, wordt hij hier bijna een beschermende mentor. Zijn glimlach lijkt te zeggen: "ga door, blijf onderzoeken, blijf tekenen, blijf proberen". De jongen krijgt als het ware toestemming van zijn grote voorbeeld om zelf uitvinder en kunstenaar te worden.
Ook de open dodecaëder is meer dan een decoratieve constructie. Een dodecaëder staat voor orde, wiskunde en ruimtelijk denken, precies de wereld waarin de jongen zich thuis voelt. Maar de constructie is niet gesloten. Haar geometrie biedt structuur, terwijl de openheid ruimte laat om te fantaseren. De jongen zit niet opgesloten in zijn toekomst; de constructie vormt eerder een kader waarbinnen zijn verbeelding alle richtingen uit kan.
Er ontstaat bovendien een mooie dialoog tussen de twee tekeningen: de meester boven en de leerling beneden, het verleden en de toekomst, de uitvinding en de droom. Leonardo heeft zijn ideeën ooit op papier gezet; de jongen doet precies hetzelfde. De losse tekeningen op de grond suggereren dat het proces nog volop bezig is.
Wat vooral aanspreekt, is dat het kunstwerk niet alleen vertelt dat een jongen ingenieur wil worden, maar laat zien waarom. Zijn technische belangstelling en zijn kunstenaarschap blijken geen tegenpolen te zijn. Integendeel: het zijn twee kanten van dezelfde nieuwsgierigheid.
Boeken De Krook:
De Uitvindingen van Leonardo Da Vinci (Charles H. Gibbs-Smith)
Da Vinci's machines: alle visionaire ontwerpen eindelijk ontrafeld (Domenico Laurenza)