De tentoonstelling wordt georganiseerd n.a.v.. het 150- jarig bestaan van AIG, de alumnivereniging van de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur van de UGent . Negentien beeldende en twee toonkunstenaars, mannen en vrouwen tussen 25 en 95 jaar presenteren er hun artistieke creaties in uiteenlopende kunstvormen. Daarmee schetsen zij een verrassend en veelzijdig beeld van de wetenschapper, de technicus. Sommige kunstwerken vertrekken vanuit wetenschappelijke inzichten of vertalen wetenschap naar een artistieke expressie, terwijl andere eerder vanuit een puur esthetische invalshoek zijn benaderd.
Ingenieurs zijn in de eerste plaats opgeleid om maatschappelijke vraagstukken projectmatig aan te pakken. Daarbij staan kritisch denken, probleemoplossend vermogen en creativiteit centraal, met als doel innovatieve oplossingen te ontwikkelen. Diezelfde creativiteit zetten zij echter ook in buiten het strikt technische denkkader. Ze vinden een uitweg in uiteenlopende kunstvormen, vaak verbonden met hun academische discipline, hun beroepspraktijk of met maatschappelijke thema’s die hen raken. Kunst wordt zo een volwaardig onderdeel van hun creatieve en technische ontwerpproces.
Sommige kunstwerken vertrekken vanuit wetenschappelijke inzichten of vertalen wetenschap naar een artistieke beeldtaal. Andere vertellen een poëtisch verhaal dat gelinkt is aan het beroep of de opleiding van de maker, of tonen net hoe de kunstenaar-ingenieur de voortdurende drang naar precisie kan loslaten. De band tussen kunst en technologie wordt duidelijk wanneer je ziet dat beide disciplines een gelijkaardige manier van denken delen: abstraheren, structureren en experimenteren met systemen. De gemeenschappelijke drive blijft creativiteit.
Net zoals ingenieurs vertrekken van een abstract gegeven, bouwen ook kunstenaars hun werk op vanuit een leeg vertrekpunt: een wit canvas, een vel papier, enkele ingrediënten of een idee. De creativiteit van een kunstenaar verschilt in wezen weinig van die van een ingenieur. Juist daarom gaan beide passies zo goed samen. De geselecteerde werken benadrukken dan ook de brug tussen techniek en verbeelding.
Met hun werk willen de makers bovendien het klassieke beeld van “de ingenieur” nuanceren en jongeren warm maken voor technische studierichtingen. Ook Vlaanderen zet daar sterk op in via STEM-onderwijs (Science, Technology, Engineering en Mathematics), of STEAM, waarbij de ‘A’ staat voor Arts. Onder meer de Dag van de Wetenschap, maar ook tal van andere initiatieven van De Krook, hebben diezelfde ambitie: jongeren enthousiasmeren voor wetenschap en techniek.
Ook Panamarenko benaderde de relatie tussen kunst, techniek en verbeelding vanuit die omgekeerde logica. Hij was geen ingenieur, al was hij wel de zoon van een ingenieur. Zijn creaties — van vliegende tuigen tot duikboten — zijn tegelijk poëtisch, eigenzinnig en technisch indrukwekkend. Daarmee bracht hij kunst en techniek samen op een volstrekt unieke manier.
De Renaissance
Het hoogtepunt van het huwelijk tussen kunst en wetenschap vinden we in de renaissance, belichaamd door figuren als Leonardo da Vinci, Michelangelo en Albrecht Dürer. In deze periode waren kunst en wetenschap nauw met elkaar verweven. Kunstenaars maakten gebruik van wiskunde en anatomie om de werkelijkheid zo realistisch mogelijk weer te geven.
Leonardo da Vinci is daarvan wellicht het bekendste voorbeeld. Hij combineerde zijn schilderkunst met vernieuwend onderzoek naar anatomie, botanie, hydraulica en aerodynamica. Ook Albrecht Dürer, Duits kunstenaar en humanist, leverde een belangrijke bijdrage aan de verbinding tussen kunst en wetenschap. Hij schreef wiskundige verhandelingen over meetkunde, menselijke proporties en het gebruik van perspectief in de schilderkunst. Michelangelo Buonarroti was niet alleen schilder en beeldhouwer, maar ook architect en een gedreven bestudeerder van de menselijke anatomie. Ook Piero della Francesca verdient een plaats in dit rijtje: hij schreef theoretische werken over de wiskundige principes van het perspectief.
Dat spanningsveld tussen kunst en wetenschap komt ook mooi naar voren in de titel Eerst de waarheid, dan de schoonheid, een bekende essaybundel uit 2004 onder redactie van André Klukhuhn. In deze bundel staat de relatie centraal tussen wetenschap als zoektocht naar objectieve waarheid en kunst als expressie van schoonheid en betekenis. Ze verkent de klassieke filosofische vraag of deze twee domeinen elkaar tegenspreken dan wel aanvullen. Waar wetenschap feiten blootlegt en verklaart, geeft kunst er betekenis, gevoelswaarde en esthetische vorm aan.
Die verhouding laat zich ook kernachtig samenvatten in de gedachte: Engineers create solutions, artists create meanings. Ingenieurs richten zich in de eerste plaats op functionaliteit, toepasbaarheid en het ontwerpen van oplossingen voor concrete problemen. Kunstenaars daarentegen onderzoeken emotie, verbeelding, filosofie en menselijke perceptie. Toch zijn hun creatieve processen vaak verrassend gelijkaardig. Juist op het snijvlak van beide disciplines ontstaan vaak de meest vernieuwende en duurzame ideeën.
"Twee wegen, één bron:
kunst verbeeldt, wetenschap toont
vele vormen, licht."
De kernfilosofieën:
Ingenieurs: richten zich op hoe en wat. Ze lossen concrete problemen op, optimaliseren systemen en werken binnen de wetten van de natuurkunde en wiskunde. Hun succes wordt doorgaans afgemeten aan de vraag of een constructie overeind blijft, of een proces werkt.
Kunstenaars: richten zich op waarom en wie. Ze roepen gevoelens op en construeren verhalen. Hun succes wordt afgemeten aan de culturele, emotionele of intellectuele weerklank die het werk bij een publiek heeft.
Beperkingen: Beiden werken binnen strikte parameters. Een ingenieur navigeert door de grenzen van materiaalkracht en budget, net zoals een schilder de grenzen van een doek opzoekt of een beeldhouwer de breuklijnen van het marmer.
Divergent denken: In tegenstelling tot het stereotype van strikte logica, is techniek sterk afhankelijk van divergent denken – het bedenken van meerdere onconventionele wegen om een enkel probleem op te lossen – wat precies dezelfde vaardigheid is die in de kunstpraktijk wordt getraind.
Visualisatie: Goede ingenieurs gebruiken schetsen en modellen om complexe krachten te conceptualiseren, lang voordat ze berekeningen uitvoeren, en maken daarbij gebruik van hetzelfde ruimtelijk inzicht als kunstenaars.
Techniek in de kunst: Meesterwerken zoals de Eiffeltoren of de “mobiles”, dynamische sculpturen van Alexander Calder (eigenlijk een werktuigbouwkundige) vereisten diepgaande technische kennis.
Kunst in de techniek: Concepten zoals 'diep observeren' (het waarnemen van kleine nuances buiten de normale parameters) en het gebruik van kleur of textuur om het ontwerp te versterken, kunnen ingenieurs helpen innoveren buiten traditionele, rigide methodologieën. Wie houdt niet van een prachtige gestroomlijnde Ferari?
Besluit:
Hoewel hun uiteindelijke doelen verschillen, zijn de mentale drijfveren van ingenieurs en kunstenaars opmerkelijk vergelijkbaar.
De alleskunners
Beroemde alleskunners zoals Leonardo da Vinci beschouwden kunst en wetenschap niet als twee gescheiden domeinen, maar als twee ingangen tot dezelfde ruimte. Voor hen was techniek het instrument om de werkelijkheid te construeren, en kunst het middel om haar te begrijpen. Door de dagboeken, notities en gewoonten van de grootste polymaths uit de geschiedenis te bestuderen, kunnen we analyseren hoe zij oplossingsgerichte techniek combineerden met betekenisgerichte kunst.
Alleskunners zagen de natuur als de ultieme ingenieur-kunstenaar. Zij behoorden tot de eersten die toepasten wat we vandaag biomimicry noemen: een ontwerpbenadering waarbij de natuur wordt bestudeerd om haar strategieën te gebruiken voor het oplossen van menselijke problemen. Daarbij kopieerden zij niet louter de esthetische vormen uit de natuur, maar probeerden ze vooral de onderliggende natuurkundige principes te doorgronden, zodat hun kunst realistischer en hun machines functioneler werden.
Twee sprekende voorbeelden zijn Leonardo da Vinci en Johann Wolfgang von Goethe. Om de schildertechniek van sfumato te beheersen — het subtiel vervagen van contouren en het zacht mengen van kleuren om diepte en realisme te creëren — bestudeerde Leonardo nauwgezet het menselijk oog. Hij bracht de oogzenuwen in kaart en onderzocht hoe lichtstralen op het netvlies vallen. Tegelijkertijd vormden zijn anatomische studies van vogelvleugels, bedoeld om de fysica van de vlucht te begrijpen, de basis voor zijn technische ontwerpen van een menselijk zweefvliegtuig.
Ook Goethe, vooral bekend als de auteur van Faust, was een gepassioneerd botanicus. Zijn artistieke zoektocht naar universele patronen in de literatuur leidde hem tot de formulering van de Urpflanze of oerplant: het idee dat alle plantenorganen — waaronder bloemblaadjes en vruchten — in wezen gemodificeerde bladeren zijn.
Voor veelzijdige geleerden was tekenen bovendien veel meer dan een esthetisch tijdverdrijf: het was een actieve methode om ideeën te testen en fysieke beperkingen te simuleren nog vóór een ontwerp werd gebouwd. In Leonardo’s notitieboeken verschenen schetsen van menselijke spieren, wervelende waterstromen en industriële tandwielsystemen vaak op hetzelfde blad. Tekenen stelde hem in staat om onzichtbare krachten zoals spanning, koppel en vloeistofdynamica zichtbaar te maken. Zijn schetsboek fungeerde als een soort simulator.
Een gelijkaardig voorbeeld vinden we bij Santiago Ramón y Cajal, de grondlegger van de moderne neurowetenschap. Hoewel hij aanvankelijk kunstenaar wilde worden, dwong zijn vader hem geneeskunde te studeren. Juist dankzij zijn uitzonderlijke tekentalent kon hij hersenweefsel zo nauwkeurig weergeven dat hij microstructuren opmerkte die anderen ontgingen. Dat leidde uiteindelijk tot zijn baanbrekende inzicht in de structuur van neuronen.
Nobelprijswinnaar in de kwantummechanica Richard Feynman was een verdienstelijk schilder onder het pseudoniem Ofey, recent nog geveild bij Sotheby. En achter de kinderliteratuur van Beatrix Potter, schuilt baanbrekend botanisch onderzoek naar de voortplanting van paddenstoelen.
Ook Samuel Morse, de uitvinder van de telegraaf en de morsecode was een succesvolle portretschilder.
Hedendaagse Kunst
Ook hedendaagse kunstenaars die werken op het snijvlak van kunst, techniek en wetenschap combineren artistieke verbeeldingskracht met technologische en wetenschappelijke precisie. Ze ontwerpen installaties, machines en futuristische constructies waarin esthetiek, innovatie en experiment samenkomen. Naast de reeds vermelde Panamarenko is ook de Nederlandse ontwerper Daan Roosegaarde een sprekend voorbeeld. Met zijn Studio Roosegaarde laat hij kunst, architectuur en technologie samensmelten tot wat hij zelf social design noemt. Bekende projecten zijn Smog Free Tower, de grootste luchtreiniger ter wereld, en Waterlicht, een installatie die de kracht van water en het belang van schone energie visualiseert. Daarnaast ontwierp hij ook GROW, een lichtrecept dat de plantengroei in de landbouw stimuleert en zichtbaar maakt, en SPARK, een duurzaam alternatief voor vuurwerk met duizenden biologisch afbreekbare lichtvonken.
Ook in België vinden we kunstenaars die kunst en wetenschap op vernieuwende wijze verbinden. Koen Vanmechelen is daarvan een sterk voorbeeld. Als conceptueel kunstenaar overstijgt hij de grenzen van de traditionele kunst en verdiept hij zich in genetica, biologie en ecologie. Vanuit zijn creatieve campus LABIOMISTA in Genk werkt hij nauw samen met wetenschappers aan projecten die maatschappelijke vraagstukken rond biodiversiteit, identiteit en veerkracht tastbaar maken.
Vooral kinetische kunst, bio-art en interactieve milieu-installaties tonen hoe sterk engineering en artistieke expressie vandaag met elkaar verweven zijn. Kunstenaars binnen deze disciplines gebruiken mechanica, biologie en software om hun werk letterlijk tot leven te brengen.
Bibliografie/Literatuur
- Can Creating Art Make You a More Effective Engineer? BY STUART G. WALESH, PH.D., P.E., F.NSPE
- Engineering Art (Shinkenchiku -Sha)
- How engineers get from thought to thing (H. Petrovski and A. Vesic)
- When does an Engineer become an Artist? (Naveed Anwar)
- The Convergence and Divergence of Engineering and Art (Josh)
- Eerst de waarheid dan de schoonheid (André Klukhuhn)