Marleen’s keramiek getuigt van een uitzonderlijke beheersing van techniek én een diepe verbondenheid met de Vlaamse ondergrond. Haar werk vertrekt letterlijk uit de bodem: klei uit boringen en lokale sedimenten worden bij haar geen grondstof maar verhaal. Die geologische lijn loopt doorheen haar oeuvre als een stille maar krachtige rode draad. De vormen zijn precies gedraaid of opgebouwd, de glazuren zorgvuldig onderzocht, en toch blijft elk stuk warm, menselijk en uitnodigend. Wat haar werk uniek maakt, is hoe ze ambacht, wetenschap en erfgoed samenbrengt — van natuurlijke glazuren tot archeologische reconstructies. Het resultaat is keramiek die niet alleen gemaakt is van de Vlaamse ondergrond, maar er ook een nieuwe, eigentijdse stem aan geeft.
Via opbouw techniek zijn 3 losse onderdelen geleidelijk tegelijk opgebouwd om ervoor te zorgen dat de vormen perfect in elkaar passen, dat de kleinere stukken zich geborgen voelen in het grotere stuk en ze samen één harmonieus geheel vormen.
De vormen werden afgewerkt met slib uit de slibbak. Werken met klei geeft immers aanleiding tot resten van klei, engobe en glazuur die uit de riolering moeten gehouden worden en daarom opvangen worden in een bezinktank, ook wel glazuur- en kleiafscheider genoemd. Het opgevangen materiaal biedt nieuwe mogelijkheden die in dit werk werden uitgeprobeerd.
Tijdens de coronaperiode ontwikkelde Marleen een nieuwe artistieke focus: expressieve opbouwwerken waarin gezichtsuitdrukkingen centraal staan.
De afzondering bracht ruimte voor verstilling en observatie, wat leidde tot een reeks sculpturale studies van menselijke emoties.
Het gebruik van klei uit Vlaamse bodem en ondergrond in het werk van Marleen begon met Boring 1445-GEO-17/121-B10 . Van de stalen die om de halve meter waren bewaard werd een deel gebruikt om een test te doen en ze te bakken. Het beeld toont resultaat na bakken op 950°C (links) en na 1240°C (rechts). meer zandige en meer kleiige lagen komen duidelijk tot uiting.
Mogelijkheden om met stalen uit de Vlaamse bodem en ondergrond aan de slag te gaan zijn eindeloos. Bekomen effecten kunnen worden aangewend om gewenst uitzicht te realiseren. In de beelden hierbij zie je dezelfde potten in ongebakken toestand, biscuit gebakken (950°C) en na glazuurstook (1240°C). Stalen uit verschillende boringen in Vlaanderen alsook waterbodemstalen zijn gebruikt om het getoonde resultaat te bekomen.
Recent bracht haar rol als grootmoeder een speelse dimensie in haar werk: samen met en voor haar kleinkinderen begon ze keramische dinosaurussen te modelleren, waarin vakmanschap, geologie en verbeelding elkaar ontmoeten. Voor het afwerken van de dino ’s kies Marleen liefst ook klei van de geteste boringen (hier gemengd met as).
Keramiek loopt als een constante draad door het leven van Marleen. Haar opleiding begon in de Vrijetijdsateliers van Merelbeke, waar ze zowel opbouwtechnieken als pottendraaien leerde kennen. Later volgde ze intensieve workshops in verschillende ateliers, aangevuld met een professionele glazuuropleiding bij Syntra Brugge. Doorheen de jaren ontwikkelde ze een brede technische basis: van draaien en opbouw tot decoratie, natuurlijke glazuren en experimentele stooktechnieken zoals raku en nam ze deel aan verschillende tentoonstellingen die vanuit de opleidingen werden georganiseerd. Hoewel ze keramiek hobbymatig beoefent, blijft het een discipline waarin ze zich steeds verder verdiept en die nu ze heel recent op pensioen is gegaan nog intensiever wil uitbouwen.
Haar achtergrond als burgerlijk bouwkundig ingenieur (UGent promotie 1984) en haar rol als coördinator van Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV) gaven haar keramisch werk een unieke wending. De Vlaamse ondergrond, waarmee ze beroepsmatig dagelijks werkt, werd een bron van materiaal én inspiratie. Voor een afdelingsdag in 2018, waar ze een keramiekactiviteit begeleidde ten voordele van de Warmste Week, testte ze klei uit een volledige boring van 20 meter diep — met stalen om de 0,5 meter. Door elk staal afzonderlijk te bakken, kreeg ze inzicht in de eigenschappen van verschillende geologische lagen en hun keramisch potentieel. Dat experiment trok zelfs de aandacht van Radio 2, die haar op 18 december 2018 thuis in haar atelier interviewde tijdens een live-uitzending. De Warmste Week‑actie herhaalde ze intussen nog twee keer, nl. in 2023 en 2025, telkens met werk dat rechtstreeks verbonden was met de Vlaamse ondergrond.
In diezelfde periode nam ze deel aan experimentele archeologieprojecten in samenwerking met de vakgroep Archeologie van de UGent, VZW Vrienden van het Drongengoed en keramiekatelier Cuesta. Ze draaide replica’s van middeleeuwse potten met lokale klei, die vervolgens werden gestookt in historisch gereconstrueerde ovens. In 2017 werkte ze mee aan de heropbouw van een middeleeuwse pottenbakkersoven, en in 2018 aan de Gallo‑Romeinse oven 2.0. Deze projecten leverden waardevolle inzichten op in historische productieprocessen en de mogelijkheden van lokale grondstoffen.
Het werken met lokale klei groeide uit tot een rode draad in haar praktijk. Voor collega’s, bv. naar aanleiding van hun pensioen, maakte ze unieke, gepersonaliseerde stukken waarbij de link met de ondergrond centraal stond. Verder maakte ze gedraaid werk als het aandenken voor de sprekers en sleutelfiguren naar aanleiding van de studiedagen van DOV in 2019 en 2024. Elke kom werd afgewerkt met een ander bodem-, waterbodem- of grondstaal. Voor de viering van 30 jaar DOV in 2026 werden alle deelnemers verwend met een "klei-magneet" (252 stuks) en kregen sprekers en sleutelfiguren een pot (67 stuks). Telkens werden 6 stalen gecombineerd in een uniek stuk.
Doorheen al deze ervaringen groeide haar keramisch werk uit tot een combinatie van ambacht, experiment, materiaalonderzoek en persoonlijke expressie. De Vlaamse ondergrond, haar geschiedenis en haar verhalen vormen daarbij steeds vaker een bron van inspiratie. Keramiek blijft een plek waar nieuwsgierigheid, vakmanschap en betekenis elkaar ontmoeten — een traject dat nog lang niet ten einde is.